Handschrift > Artikelen > “Schoolschrift”-materialen naast de methode?

“Schoolschrift”-materialen naast de methode?

Veel van de materialen op deze website zijn gemaakt met het font (computerlettertype) “Schoolschrift”. Is het een goed idee om deze materialen te gebruiken naast de schrijfmethode? Lees op deze pagina welke overwegingen je daarbij kunt hebben, en waar je naar moet kijken om te beoordelen of een font aansluit op je schrijfmethode of niet.

Schoolschrift

Bart Voorzanger ontwikkelde een web-applicatie met bijbehorend font om op een computer geschreven teksten te kunnen weergeven in verbonden schrift – zie zijn ‘schoolschrift’-pagina. Met zijn toestemming heb ik van zijn app en zijn font een nieuwe versie gemaakt die speciaal is toegesneden op gebruik in het (remediërende) schrijfonderwijs.
© Bart Voorzanger & Liesbeth Flobbe.

Kenmerken van “Schoolschrift”

Verbindbaar

“Schoolschrift” is een verbindbaar font. Je kunt tweetekenklanken, woorden en zinnen maken, en de letters worden op de juiste manier met elkaar verbonden. Andere gratis fonts zijn niet verbindbaar: je kunt er alleen losse letters mee maken, maar zodra je tweeklanken of woorden maakt ziet het er niet goed uit.
Het woord 'blink' in font Sylvia
Sylvia
Het woord 'blink' in font Parisienne
Parisienne
Het woord 'care' op een product van Albert Heijn
Ahold “Care” merk
Het woord 'blink' in font Schoolschrift
Schoolschrift

Het font “Sylvia” is niet verbindbaar. Je ziet duidelijk dat de letters niet op elkaar aansluiten. Het font “Parisienne” lijkt veel mooier. Toch is bij sommige letters de aansluiting weggelaten, zoals tussen de ‘b’ en de ‘l’. Bij andere letters ontstaat een abrupte en onnatuurlijke ‘knik’ in de route die de pen zou moeten maken om het woord op deze manier te schrijven; tussen de ‘n’ en de ‘k’ is dit te zien. In het logo van het Ahold merk “Care” zien we ook zo'n onnatuurlijke knip, tussen de letters ‘r’ en de ‘e’. Het font “Schoolschrift” is verbindbaar. Alle letters sluiten vloeiend op elkaar aan.

Tip: wil je snel controleren of een font verbindbaar is? Zoek een verbinding naar de letter ‘e’ toe, en een verbinding vanaf één van de letters ‘b’, ‘o’, ‘v’ of ‘w’. Als deze verbindingen goed zijn, zijn meestal alle verbindingen in het font goed.

Duidelijke afwisseling tussen rechte en gebogen lijndelen

In “Schoolschrift” bestaan de letters uit een afwisseling tussen rechte en gebogen delen. Net als in de meeste methodefonts zijn deze rechte delen duidelijk zichtbaar. Zie deze letterkaart voor een analyse van rechte en gebogen delen bij Schoolschrift.
Fragment van analysekaart van schrijfmethodefont Schrift
Schrift
Het woord 'blink' in font Schoolschrift
Schoolschrift
Het woord 'blink' in font Cursive LOE
Cursive LOE

Het linkervoorbeeld is een fragment van een letterkaart van “Schrift”. Op deze letterkaart zijn de rechte lijnstukken blauw ingekleurd en de gebogen delen zijn wit gelaten. Bij het font “Schoolschrift” zie je deze rechte lijnstukken duidelijk terug. In bijna elke verbinding tussen letters zit een recht stuk; alleen na letters die eindigen bij de romplijn (zoals de ‘b’) is dat niet het geval. Door de makers van het font “Cursive LOE” is gekozen voor veel minder - en ook minder duidelijke - rechte lijndelen.

Flexibel

“Schoolschrift” is een flexibel font. Omdat je de tekst maakt in een webapplicatie, zijn er dingen mogelijk die in een gewone tekstverwerker niet mogelijk zijn. Zo kun je kiezen welke ‘t’ je wilt gebruiken: t, t of t. Ook kun je kiezen voor aanhalen vanaf de grondlijn, aanhalen vanuit de rompzone, of (bij sommige letters) helemaal geen aanhalen. In de Schoolschrijver-webapp krijg je snel een indruk van de beschikbare opties. In de sectie Keuzes die je kunt maken als je “Schoolschrift” gebruikt worden alle opties toegelicht.

Romp-lusverhouding

“Schoolschrift” heeft een romp-lusverhouding van 1:1. Dat betekent dat de beide luszones elk even hoog zijn (verticaal) als de rompzone. De schrijfmethodes “Schrift” en “Novoskript” gebruiken ook deze verhouding. De meeste schrijfmethodes gebruiken echter een romp-lusverhouding van 1:1,5: onder andere “Pennenstreken”, “Schrijven in de basisschool” en “Schrijfsleutel” gebruiken allemaal een romp-lusverhouding van 1:1,5. Dat betekent dat de beide luszones elk 1,5 keer zo hoog zijn als de rompzone. Bij een romp-lusverhouding van 1:1,5 gebruik je liniaturen zoals 6 - 4 - 6 mm of 4,5 - 3 - 4,5 mm.

2 regels liniatuur in romp-lusverhouding 1:1, met de namen van lijnen en zones aangegeven
Romp-lusverhouding 1:1
2 regels liniatuur in romp-lusverhouding 1:1.5, met de namen van lijnen en zones aangegeven
Romp-lusverhouding 1:1,5

In de sectie Overwegingen kom ik terug op het ‘probleem’ van de afwijkende romp-lusverhouding.

Hellingshoek

De hellingshoek van Schoolschrift is 15°. Dit komt overeen met de meeste methodefonts voor verbonden schrift, waaronder marktleider “Pennenstreken”. Alleen bij de schrijfmethode “Schrift” wordt er rechtop (maar wel verbonden) geschreven.
kameel
Linkshellend (15°)
olifant
Rechtop
giraffe
Licht rechtshellend: 15°
nijlpaard
Sterk rechtshellend: 30°
flamingo
Extreem rechtshellend: 45°

“Sylvia” sluit echt niet aan op “Pennenstreken”!

Op veel websites wordt beweerd dat het font “Sylvia” goed aansluit op de methode “Pennenstreken”. Dat is onjuist. Dit zijn de verschillen:
Alle voorbeelden zijn gemaakt met “Schoolschrift”. De hellingshoeken zijn gemaakt met een wiskundige transformatie. Het font is echter nooit ontworpen voor zulke hellingshoeken. Het font heeft subtiele verschillen in lijndikte, waardoor de suggestie ontstaat dat de pen vanuit een bepaalde richting is vastgehouden. Vooral bij de voorbeelden van rechtopstaand en linkshellend schrift krijg je daardoor het gevoel dat er iets niet klopt; dat de hand die de tekst geschreven heeft zich in een hele rare hoek gewrongen moet hebben. Om die reden wordt op deze website alleen de hellingshoek gebruikt waarmee “Schoolschrift” ontworpen is: licht rechtshellend.

Ophalen van b, v, en w niet evenwijdig

De ophalen (het laatste deel waarbij de pen omhoog gaat richting romplijn) van de letters b, v en w zijn in “Schoolschrift” niet evenwijdig aan de neerhalen, maar krullen licht naar links. De v wordt hierdoor een beetje ‘puntig’ en makkelijker te onderscheiden van de u. Deze keuze voor niet-evenwijdige ophalen wordt gevolgd door de meeste hedendaagse schrijfmethodes, waaronder “Pennenstreken”, “Schrijfsleutel”, “Schrijven in de basisschool”, en “Schrift”. Evenwijdigde ophalen werden gebruikt in “Pennenstreken” editie 1 (1997) en worden nog steeds gebruikt in “Novoskript”.

De letters b, v en w in font Schoolschrift
Schoolschrift
De letters b, v en w in font Schoolschrift
Sylvia
Een fragment van een letterkaart van schrijfmethode Pennenstreken, met daarop de letters b, v en w.
Letterkaart Pennenstreken (fragment)

In de eerste afbeelding zie je de niet-evenwijdige ophalen van “Schoolschrift”. Helemaal rechts zie je op de letterkaart van “Pennenstreken” dezelfde niet-evenwijdige ophalen. In het midden het font “Sylvia” met evenwijdige ophalen.

De a, d, g en q beginnen onder de romplijn

In “Schoolschrift” beginnen de letters a, d, g en q een stukje onder de romplijn. Als ze een aanhaal hebben, dan ligt het eerste keerpunt een stukje onder de romplijn. Kies je voor een gesloten letter p, dan eindigt deze een stukje boven de grondlijn. De meeste schrijfmethodes doen hetzelfde. “Schrift” kiest voor een andere lettervormgeving: de ‘a’, ‘d’, ‘g’ en ‘q’ beginnen op de romplijn, en de ‘p’ eindigt op de grondlijn.

De letters a, d, g, p en q in font Schoolschrift
Schoolschrift
De letters a, d, g, p en q in schrijfmethodefont Schrift
Schrift

Keuzes die je kunt maken als je “Schoolschrift” gebruikt

Lettervarianten

“Schoolschrift” heeft meerdere varianten van sommige letters. Hierdoor kun je bijna altijd beschikken over een letter die aansluit op de schrijfmethode van school.

ώlζuΔs
Smalle ‘s’
ώlζuΔс
Dikke ‘s’

De smalle ‘s’ heeft een neerhaal die ongeveer evenwijdig is aan de rechte neerhalen van andere letters. De dikke ‘s’ heeft een uitstekend buikje en lijkt daarmee wat meer op de blokletter.

ԾtΙoыcΡhԲtБ
Verbindingsconsequente ‘t’
ÍηoыcΡhΕÍё
Niet-verbindingsconsequente ‘t’
ÎηoыcΡhΕÎё
Niet-verbindingsconsequente ‘t’

Welke ‘t’ je gebruikt, heeft invloed (of zou dat moeten hebben) op wanneer je deze letter aanbiedt, en wat je daarbij benadrukt:

pop
Open ‘p’
pop
‘p’ gesloten aan
het eind van een woord
pop
‘p’ altijd gesloten

De open p lijkt op de letter n: twee evenwijdigde, rechte neerhalen. De gesloten p lijkt meer op de blokletter ‘p’. Als de gesloten p ook in het midden van woorden gebruikt wordt, dan gaat het verbinden met de volgende letter op dezelfde manier als bij de letter ‘s’. Het niet optillen van de pen bij het maken van die verbinding is een aandachtspunt, aangezien dat bij het aanleren van de losse letter niet geoefend wordt.


X x
Niet-verbindingsconsequente ‘x’  
x
Verbindingsconsequente ‘x’
X x
Onderbroken versie van
de verbindingsconsequente ‘x’

De niet-verbindingsconsequente x lijkt het meest op de blokletter. De haal van linksonder naar rechtsboven moet pas geplaatst worden als het woord af is. De verbindingsconsequente x kan gemaakt worden zonder de pen op te tillen. De laatste variant - x - wordt gebruikt in de meeste schrijfmethodes. Hierbij wordt het ‘traject’ gevolgd van de verbindingsconsequente x, maar de pen wordt voor een gedeelte van dit traject opgetild. Aandachtspunt bij deze variant van de x is dat het kan lijken op de combinatie ‘sc’. Maar eigenlijk is dit vooral een aandachtspunt van de letter ‘s’.

De verbindingsconsequente x kan gebruikt worden om de x aan te leren. Er is geen verbindingsconsequente hoofdletter X beschikbaar in “Schoolschrift”.


ϻeΡlθfЭ ώfшÓΧnѢ ώfвoфrΔs
f met onderlus
ϻeΡlθÌӔ ώÌӚÓΧnѢ ώÌӖoфrΔs
f met stok

“Schoolschrift” heeft twee varianten van de ‘f’: met een onderlus en met een stok. De variant met onderlus wordt het meest gebruikt in Nederland, terwijl de variant met stok het meest gebruikt wordt in Vlaanderen. Let op dat het dwarsstreepje van de ‘f’-met-stok in “Schoolschrift” verbonden wordt met de volgende letter; er zijn ook schrijfmethodes in omloop waarbij de letter ‘f’ helemaal niet verbonden wordt met de volgende letter. De stok gaat helemaal door tot aan de onderluslijn, en is dus langer dan de stokken van de letters ‘p’ en ‘q’.


b v w o f
b, v, w, o eindigend met keerpunt bij romplijn
b v w o f
b, v, w, o eindigend met een krul

De letters ‘b’, ‘v’, ‘w’ en ‘o’ eindigen met een keerpunt bij de romplijn; om de verbinding naar de volgende letter te maken moet de pen van richting veranderen. “Schoolschrift” heeft varianten van deze letters waarbij het keerpunt vervangen is door een krul. Als de ‘f’ met onderlus geschreven wordt, is hier tevens een variant van beschikbaar met krul ipv keerpunt.


u ij y
Gebogen ‘u’ en ‘ij’
u ij y
Scherpe ‘u’ en ‘ij’

“Schoolschrift” bevat scherpe en gebogen versies van de ‘u’ en ‘ij’. De gebogen varianten beginnen hetzelfde als de letter n. De scherpe varianten beginnen hetzelfde als de letter i. ALs de schrijfmethode op de letterkaart een u zonder aanhaal toont, dan is het waarschijnlijk de bedoeling dat in verbinding de scherpe versie wordt gebruikt.


Hoofdletters

Kijk, Linda de Mol!
Traditionele hoofdletters
Kijk, Linda de Mol!
Kapitalen
Ad leest het AD.
Automatische mix

“Schoolschrift” biedt zowel traditionele hoofdletters aan die verbonden worden met de daaropvolgende kleine letter, als ook kapitalen die niet verbonden worden. De “Schoolschrijver”-webapp kan automatisch wisselen tussen traditionele hoofdletters (aan het begin van het woord) en kapitalen (voor losse letters en afkortingen). Voor het maken van een letterkaart kun je forceren dat “Schoolschrijver” traditionele hoofdletters blijft gebruiken.

F G H K L M
Schoolschrift
traditionele H en K
F G H K L M
Schoolschrift
vereenvoudigde H en K
  Fragment letterkaart van de schrijfmethode Pennenstreken met daarop de hoofdletters F, G, H, K, L en M
Pennenstreken

  De tekst 'De Alfabetcode' in schrijfmethodefont Schrift
Schrift


De meeste schrijfmethodes leren traditionele hoofdletters aan, waarbij de ‘H’ en de ‘K’ vaak vereenvoudigd zijn ten opzichte van vroeger. Als je “Schoolschrift” gebruikt om traditionele hoofdletters aan te leren, kun je kiezen tussen twee varianten van de ‘H’ en de ‘K’; kijk goed op de letterkaart van school welke variant het best past bij de schrijfmethode.

De methode “Schrift” gebruikt kapitalen in plaats van traditionele hoofdletters.

Aanhalen

h l e n s t
a c d g o q
i j ij u y
Aanhalen vanaf de grondlijn
h l e n s t
a c d g o q
i j ij u y
Aanhalen niet vanaf de grondlijn
h l e n s t
a c d g o q
i j ij u y
Geen aanhalen bij a, c, d, g, q q
h l e n s t
a c d g o q
i j ij u y
Ook geen aanhalen bij i, j, en de scherpe ij, u, y

Aanhalen bepalen hoe je een losse letter begint en hoe je de eerste letter van een woord begint. “Schoolschrift” biedt vier varianten. De eerste twee varianten zijn didactisch: met deze aanhalen kan tijdens het leren van de losse letters al geoefend worden met moeilijkheden die zich anders pas tijdens het verbinden van letters voor het eerst zouden voordoen. Vooral bij de ‘tegen-de-klok-in’-letters (‘a’, ‘o’, etc) is deze oefening waardevol. Als de verbindingen naar letters toe beheerst worden, zijn dit soort aanhalen niet meer nuttig, en kan overgestapt worden op variant 3 of 4. Het verschil tussen deze laatste twee varianten is vooral esthetisch: veel volwassenen vinden het mooi om een klein aanhaaltje te schrijven bij letters die (in verbinding) beginnen met een scherpe hoek (variant 3), maar steeds meer hedendaagse schrijfmethodes laten dit achterwege (variant 4).


Afhalen

h l n c n t
i j ij A H C
Minimale afhalen
h l n c n t
i j ij A H C
Rechte afhalen

Afhalen bepalen hoe je een losse letter eindigt en hoe een woord eindigt. “Schoolschrift” biedt twee varianten. Bij de eerste variant zijn de afhalen zo kort mogelijk, en in veel gevallen gekruld. Bij de tweede variant eindigen de afhalen op een recht stuk, en zijn ze wat langer gemaakt zodat dit rechte stuk ook zichtbaar wordt. Overigens krijgen de letters die eindigen bij de romplijn - b, v, w, f, t - nooit een rechte afhaal.


Overwegingen

Bewust anders dan de methode?

Als je op zoek moet naar extra materialen naast de methode, dan heeft de methode gefaald. Soms heeft een kind geen baat bij meer van hetzelfde, en kan het goed zijn om bewust te kiezen voor een andere aanpak.

Stel je voor: je hebt een kind dat de letters a, d, g en o, maar elke keer als de letters in een woord gebruikt moeten worden gaat het mis: het kind twijfelt over de route, het rondje gaat vaak met de klok mee, of de pen wordt opgetild. De oefeningen uit de methode met losse letters zijn te makkelijk, want het kind beheerst die al. Tegelijkertijd zijn de oefeningen met hele woorden uit de methode nog te moeilijk (het kind blijft fouten maken) en bovendien niet efficiënt, omdat alle letters door elkaar gebruikt worden en er weinig aandacht is voor deze specifieke probleemletters. Een goede oplossing is dan om eerst te gaan oefeningen met losse letters met een aanhaal vanaf de grondlijn: a, d, g en o.

Bij een kind in de bovenbouw zou je er voor kunnen kiezen om de (moeilijke) traditionele hoofdletters van de schrijfmethode niet meer te remediëren, maar om in plaats daarvan de losse kapitalen aan te leren.

Een perfecte match tussen de schrijfmethode en het extra materiaal is niet in alle situaties nodig of zelfs wenselijk. Maak hierin een bewuste keuze!

De romp-lusverhouding

Veel schrijfmethodes hebben een romp-lusverhouding van 1:1,5. Vanaf groep 6 beginnen de kinderen echter te schrijven zonder hulplijnen, en ontwikkelen ze hun eigen romp-lusverhouding. Volwassenen met een goed leesbaar handschrift hanteren vaak een romp-lusverhouding van 1:1. Met een romp-lusverhouding van 1:1 heb je met dezelfde regelhoogte een grotere letterromp en minder regelverhaking, en daardoor een leesbaarder handschrift.

Idealiter hebben alle materialen op school dezelfde romp-lusverhouding: de schrijfmethode, de kale schriften, en de werkschriften van de taalmethode. In de praktijk is dit lang niet altijd mogelijk. Kinderen moeten vaak op school zich al aanpassen aan verschillende romp-lusverhoudingen.

Voordelen van een romp-lusverhouding van 1:1.


Hoe ga je ermee om als op school een andere romp-lusverhouding wordt gebruikt dan thuis of bij RT: