Handschrift > Artikelen > De volgorde van de schrijfletters

Wat is een goede volgorde om schrijfletters te leren?

Bij veel schrijfmethodes wordt de volgorde van de letters bepaald door de leesmethode. Het kan ook anders. Welke argumenten zijn er voor een schrijfmethode die wel of juist niet de leesmethode volgt? Welke afwegingen moet je maken over lettervolgorde als je eigen materiaal gebruikt voor het schrijfonderwijs? En welke afwegingen heb ik gemaakt in de werkschriften op deze site?

Inhoud

Vormovereenkomsten tussen schrijfletters kunnen helpen om een goede lettervolgorde te bepalen
Vormovereenkomsten tussen schrijfletters helpen om een goede lettervolgorde te kiezen, maar schrijven niet één bepaalde route voor.

Een lettervolgorde die geen rekening houdt met lezen

De meest gebruikte schrijfmethodes hebben een lettervolgorde die sterk beïnvloed is door het leesonderwijs. Daarom begin ik dit artikel met hoe je een lettervolgorde bedenkt die helemaal geen rekening houdt met het leesonderwijs maar alleen met de moeilijkheid van de lettervorm en -route zelf: de grafische overwegingen. Ik houd hierbij de lettervormen van het verbonden schrift in gedachten.

Principe: van makkelijk naar moeilijk

Een letter die uit veel halen bestaat is moeilijker dan een letter die uit weinig halen bestaat. De m is moeilijker dan de n, en w is moeilijker dan v.

Een letter die elementen van andere letters ‘combineert’ is makkelijk te leren als die andere letters bekend zijn, maar kan zeer pittig zijn als hij 'te vroeg' wordt aangeboden. De g combineert elementen uit de letters a en j. De h combineert elementen uit de letters l en n.

Letters met keerpunten (punten waarbij de pen teruggaat over een eerder geschreven haal) zijn moeilijker dan letters zonder keerpunten. u is daarom moeilijker dan i. Leerlingen moeten leren om de pen niet op te tillen bij keerpunten.

Letters waarbij keerpunten samenvallen met een eerder geschreven lijndeel zijn moeilijker dan andere letters met keerpunten. Dat heb je bijvoorbeeld bij de letter k, waar het tweede keerpunt zich halverwege de eerder geschreven stok bevindt. Ook letters waarbij het startpunt of een keerpunt samenvallen met een later nog te schrijven lijndeel zijn moeilijk, omdat aan een voorbeeldletter lastig te zien is welke route je moet volgen. Denk aan de letter a waarbij het startpunt (of keerpunt bij een aanhaal vanaf de grondlijn) ligt op de plek waar later de stok komt. Heel lastig te doorzien is de letter o: niet alleen valt het startpunt samen met een later keerpunt, maar de aansluiting tussen die twee is zodanig dat de halen in elkaars verlengde liggen (en niet haaks op elkaar staan). De o is dan ook een letter waarbij veel fouten gemaakt worden, en die pas aangeleerd moet worden als de leerling letters met minder ondoorzichtige keerpunten goed beheerst!

Soms zijn verschillende ‘aspecten’ van moeilijkheid in strijd met elkaar. De route van de d is makkelijker te doorzien dan de route van de a, omdat bij de d het keerpunt (bovenaan de stok) vrij ligt, terwijl dit bij de a vrijwel (of bij sommige lettertypes geheel) samenvalt met het startpunt. Maar je kunt ook beargumenteren dat de d moeilijker is dan de a omdat de d een stok heeft, en die stok moet door de romplijn, en bij veel lettertypes mag die stok niet eens helemaal tot de luslijn maar moet ergens op 2/3 stoppen. Daarom kun je op grond van het moeilijkheidsprincipe niet komen tot één lettervolgorde. Meerdere volgordes kunnen allebei geschikt zijn.

Een van de moeilijkste letters is de k. Allereerst bevat deze een bovenlus en een keerpunt op de grondlijn, twee elementen die gelukkig met de letter h geoefend kunnen worden. Daarnaast bevat de letter een uniek klein lusje van halve romphoogte. Het is een van de weinige letters die ‘iets’ doet op halve romphoogte, en veel leerlingen kunnen daardoor in verwarring raken over waar de letter zich bevindt ten opzichte van de lijnen. Dat is meteen een tweede reden waarom het oefenen met de letter h zo belangrijk is: alles wat de leerling bij de h moet doen t.o.v. de lijnen (luskruising op de romplijn, keerpunt op de grondlijn, boogje tegen de romplijn) moet bij de letter k behouden blijven! En tenslotte bevat de k een tweede keerpunt dat samenvalt met de eerder geschreven stok. De k zal altijd lastig blijven vanwege de ‘unieke’ elementen, maar als je de leerlingen voorbereid door eerst l en h aan te leren is het te doen. Als je dat nalaat, zal een deel van de leerlingen een frustrererende faalervaring opdoen.

Principe: groeperen naar overeenkomst

De letters c, a, d, g, o en q beginnen allemaal 'tegen-de-klok-in'. Dat is een vormovereenkomst, en tevens een moeilijkheid die veel fouten veroorzaakt op het moment dat leerlingen naar deze letters toe moeten gaan verbinden. Door deze letters kort na elkaar aan te bieden wordt het schrijfonderwijs efficiënter. Daarnaast helpt het gegroepeerd aanbieden van deze letters de leerlingen om de vormovereenkomst (en daarmee een moeilijkheid die een bron van fouten is) op te merken. Hierdoor gaan ze (hopelijk) minder fouten maken.

Een andere groep van letters is de letters die eindigen bij de romplijn: v, w, b en o. Bij deze letters is de verbinding naar de volgende letter toe vaak lastig. Ook bij deze letters is het heel zinvol om ze na elkaar aan te bieden.

Een letter kan in meerdere groepen vallen. Ook 'letters-met-bovenlussen' en 'letters-met-onderlussen' zijn zinvolle groepen. Als je de groep 'tegen-de-klok-in' wilt behandelen voordat de leerlingen letters met onderlussen (j, ij) hebben geleerd, dan kun je de g maar beter overslaan. En de q kun je natuurlijk ook prima uitstellen tot groep 4.

Principe: losse letters voor lettercombinaties

De a is makkelijker dan de aa. Dat is zo vanzelfsprekend dat ik eigenlijk niet weet wat voor argumenten ik daarvoor moet aanvoeren. Ik kan alleen maar met grote verbazing constateren dat het kennelijk hardop gezegd moet worden, want de methode Pennenstreken probeert de aa aan te leren in de derde week van het schooljaar, voordat de a is aangeleerd.

Een lettervolgorde die juist wel rekening houdt met lezen

De lettervolgorde van de meeste leesmethodes is gekozen op basin van solide argumenten. Dat zijn onder andere:


Er is bij lezen geen reden om losse letters eerder aan te bieden dan lettercombinaties (lange klinkers, tweetekenklinkers). Vormovereenkomst is bij lezen over het algemeen niet verwarrend: a en d kunnen prima na elkaar worden aangeboden. De uitzondering daarop vormen de spiegelbeeldsituaties met b/d en ie/ei.

Het conflict

Een goede lettervolgorde voor lezen en een goede lettervolgorde voor schrijven zijn dus gebaseerd op totaal andere principes. En die principes zijn strijdig met elkaar.


De leesmethode leidend?

Bij de meest gebruikte schrijfmethodes is de leesmethode leidend. Dat geldt voor Pennenstreken en Ik Pen! (beide met de lettervolgorde van Veilig Leren Lezen) en voor Klinkers (met de lettervolgorde van Lijn 3). “Onafhankelijke” schrijfmethodes baseren hun lettervolgorde vaak veel meer op grafische overwegingen. Pas echter op, want er zijn ook onafhankelijke schrijfmethodes waarbij de leerkracht ‘flexibel’ de lettervolgorde kan aanpassen aan elke willekeurige leesmethode. Dat een schrijfmethode onafhankelijk is van een leesmethode betekent dus niet altijd dat de lettervolgorde grafisch weloverwogen is.

De vraag is niet zozeer of een niet-grafisch weloverwogen lettervolgorde nadelig is voor het schrijfproces - dat is het zeker - maar meer of die nadelen voor het schrijfproces opwegen tegen de voordelen voor lezen en spelling. Dus daarom hier een rijtje voordelen en nadelen van schrijfmethodes waarbij de leesmethode de lettervolgorde bepaalt:

Voordelen Nadelen
  • Schrijven verstevigt de klank-tekenkoppelingen. Het schrijven ondersteunt het leren lezen.
  • Je kunt direct aan het begin van het schooljaar starten met het schrijven van letters. Er is dus 'meer tijd' beschikbaar voor schrijfonderwijs.
  • Door het vroege schrijfonderwijs kun je ook eerder beginnen met oefendictees. Oefendictees zijn de meest effectieve werkvorm om spelling te oefenen.
  • Het startmoment van het leren schrijven (van letters) is voor veel leerlingen te vroeg. Het werken aan schrijfvoorwaarden in de kleuterklas is vaak te weinig en te vrijblijvend om alle leerlingen een goede start te geven bij het schrijven van letters.
  • Leerlingen leren niet goed schrijven omdat moeilijke letters zoals de k te vroeg en te snel er door heen gejast worden.
  • Leerlingen en leerkrachten doen faalervaringen op en leggen de lat lager.
  • Het leren schrijven gaat niet efficiënt. Er wordt onnodig veel tijd besteed aan specifieke lettercombinaties waarvan de losse letters al bekend zijn, ten koste van meer algemene principes van het schrijven van verbindingen.
  • Veel scholen kiezen ‘vanzelfsprekend’ voor de schrijfmethode die past bij de leesmethode. Er is weinig concurrentie en weinig reden voor de marktleiders om zich te verbeteren of te verantwoorden.

De schrijfmethode leidend?

De Alfabetcode is een leesmethode waarin het schrijven een centrale rol inneemt. De lettervolgorde wordt in grote mate bepaald door grafische overwegingen. Ten behoeve van het lezen zijn een paar consessies gedaan; zo wordt de c pas vrij laat aangeboden.

Als de leesmethode het tempo bepaalt, is het risico dat de leerlingen te snel en te vroeg door de schrijfmethode gejaagd worden. Bij de Alfabetcode is het eerder andersom: het tempo, het startmoment en de opbouw van het leren lezen wordt mede bepaald door de schrijfvaardigheid van de leerlingen. Dit levert - samen met allerlei overwegingen vanuit spellingsdidactiek - een leesmethode op die uniek is en sterk afwijkt van andere leesmethodes op de markt.

Voordeel van deze aanpak is dat het schrijven het lezen ondersteunt, in nog sterkere mate dan bij lees- en schrijfmethodes waarbij de leesmethode leidend is. Nadeel is dat de leesontwikkeling onnodig gestuurd en beperkt wordt door de schrijfdidactiek. Met de eerste 6 letters van de Alfabetcode kunnen slechts 7 verschillende woorden gemaakt worden; één van de geleerde letters kan slechts in één woord gebruikt worden. Met de eerste 6 letters van Veilig Leren Lezen kunnen 16 eenvoudige woorden gemaakt worden en daarnaast nog 2 klankzuivere woorden met medeklinkerclusters. Na 12 letters kunnen er bij Alfabetcode 49 eenvoudige woorden gevormd worden en nog 8 woorden met medeklinkerclusters, maar Veilig Leren Lezen zit dan al op 94 eenvoudige woorden en maar liest 172 woorden met medeklinkerclusters.

De schrijfmethode onafhankelijk van de leesmethode

De methodes Schrift (Thieme-Meulenhoff)De methode Schrift is niet meer verkrijgbaar. De opvolger heet Schriftcode., Handschrift (Malmberg), Schrijven in de basisschool (Noordhoff) en de werkschriften Letters en verbindingen op deze site kunnen gezien worden als methodes waarbij de lettervolgorde vrijwel volledig gebaseerd is op ‘grafische’ principes en vrijwel geen rekening houdt met welke leesmethode dan ook. Bij deze methodes/materialen moet het leren schrijven van de letters uitgesteld worden tot de leerlingen al een flink aantal letters hebben leren lezen: na de herfstvakantie of zelfs pas na de kerstvakantie. Kinderen kunnen tijdens de eerste maanden van het leesonderwijs niet grote hoeveelheden extra nieuwe letters leren vanuit de schrijfmethode; daar zou het leren lezen onder lijden.

Voordelen Nadelen
  • Leerlingen leren beter schrijven door de zorgvuldige opbouw van lettervormen van makkelijk naar moeilijk.
  • Het latere startmoment van het leren schrijven (van letters) biedt kansen om de hele groep op een duidelijk minimumniveau te brengen qua schrijfvoorwaarden. Ook is het mogelijk de cijfers eerst te behandelen.
  • De leerkracht kan flexibeler omgaan met de schrijfmethode. Hij kan sneller of langzamer door de methode gaan afhankelijk van het niveau en de ‘voorkennis’ van de groep.
  • De schrijfmethode is efficiënter, doordat er geen hele lessen worden besteed aan één specifieke lettercombinatie.
  • Schrijven wordt niet benut om nieuwe klank-tekenkoppelingen in te slijpen. Het leren lezen krijgt minder ondersteuning .
  • Verwerkingsopdrachten bij de leesmethode en dictees moeten langer via stempels en/of letterdozen gedaan worden. Het zal langer duren om tot echt effectieve werkvormen voor spelling te komen.
  • Het latere startmoment betekent dat er minder tijd beschikbaar om de schrijfmethode door te werken.

Onafhankelijke schrijfmethodes vergeleken

Een voordeel van een onafhankelijke schrijfmethode is dat er wat te kiezen valt. Daarom hieronder enkele observaties mbt drie onafhankelijke schrijfmethodes. De werkschriften Letters en verbindingen elders op deze site zet ik ook in de vergelijking, hoewel deze op dit moment geen methode genoemd kunnen worden.

Methode Lettervolgorde Wanneer verbinden tot woorden? Wat doen voorafgaand aan letters leren?
Handschrift e/ee i n p l u m a/aa h d j g r v b o w t k s ij z f c ch ng ie ui ei eu uu ou au nk ou sch tijdens aanleren van letters cijfers en schrijfpatronen/guirlandes
Schrijven in de basisschool i u n m e ie ei l h p o ou v w b a d g j ij s t f k c r na het aanleren van letters schrijfpatronen/guirlandes
Schrift i u s r e n m z v w c o x a d t p q ? ! l b h k j ij y g f tijdens aanleren van letters cijfers en schrijfvoorwaarden (arceren, kleuren, waarnemen)
Letters en verbindingen i e l n m p h u j ij r z s c a d g o v w b t k f y x q tijdens aanleren van letters geen materiaal beschikbaar
De getoonde lettervormen dienen om de lettervolgorde makkelijker te kunnen beoordelen op vormovereenkomst. Ze zijn niet representatief voor de lettervorm gebruikt in de betreffende methode.

Ondanks dat al deze methodes een andere uitgever hebben, zijn er veel overeenkomsten in de lettervolgorde. Voor alle methodes geldt: l gaat vooraf aan h, h gaat vooraf aan k, a gaat vooraf aan g, v gaat vooraf aan w, n gaat vooraf aan m, i gaat vooraf aan u. Kortom, al deze methodes laten makkelijke letters voorafgaan aan moeilijke letters. Ook laten ze enkele letters voorafgaan aan dubbele letters en tweetekenklanken.

Er zijn ook verschillen. Bij Handschrift is minder duidelijk een groepering van letters op vormovereenkomst aanwezig dan bij de andere methodes. Bij Schrift en Letters en verbindingen wordt de c gebruikt als opstapje naar de a, maar bij de andere methodes wordt de c uitgesteld, waarmee een kleine concessie aan het leesonderwijs gedaan wordt. Schrift stelt het schrijven van stokken en lussen vrij lang uit, terwijl Letters en verbindingen en Handschrift al heel vroeg alle drie de zones induiken. Schrift behandelt eerst letters die eindigen bij de romplijn en dan de 'tegen-de-klok-in' letters, terwijl Handschrift en Letters en verbindingen het precies andersom doen. Schrijven in de basisschool introduceert beide problemen tegelijkertijd met de letter o.

Dan zijn er nog verschillen die minder met de lettervolgorde te maken hebben. Bij Schrijven in de basisschool wordt pas begonnen met het aan elkaar schrijven van letters in woorden als alle letters geleerd zijn, bij de andere methodes wordt daar eerder mee begonnen. Enigszins curieus is dat Handschrift vrij veel lessen besteedt aan specifieke tweetekenklanken ondanks dat op dat moment al begonnen is aan het aan elkaar schrijven van letters in woorden. Tot slot is Schrift vrij uniek in hoe de periode voorafgaand aan het aanleren van letters in groep 3 wordt ingevuld. Uiteraard zijn er ook verschillen in de lettervormgeving, maar daar ga ik in dit artikel niet op in.

Conclusie en adviezen

Er zijn goede redenen om bij het schrijven de lettervolgorde van de leesmethode te hanteren, maar ook goede redenen om dat niet te doen. Beide aanpakken kunnen goed werken. Toch heb ik een aantal adviezen:



Materialen op deze site

Voetnoten