Derde essayopdracht college Filosofie van de Oudheid
Liesbeth Flobbe

DETERMINISME EN VRIJE WIL BIJ DE STOA

De vraag waar dit essay over gaat, is: welke rol speelt noodzakelijkheid in het Sto´cijnse wereldbeeld en hoe wordt het uit deze rol voortvloeiende probleem van de (on)mogelijkheid van keuzevrijheid/vrije wil opgelost? Het belang van dit probleem is duidelijk: het idee van keuzevrijheid is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen praten over ethiek. Maar laat ik beginnen bij een weergave van het wereldbeeld van de Stoa.

In het Sto´cijnse wereldbeeld gebeurt alles volgens de Logos. De Logos (ratio) is immanent in de natuur. De wereld is daardoor een samenhangend, rationeel geheel. In die wereld gebeurt niets volgens het toeval, want de Logos bestuurt alles. Alles heeft een doel. Alles wat gebeurt, moest ook gebeuren, en gebeurt dus noodzakelijk.
Naast het argument dat de kosmos een rationeel geheel is, is er nog een ander argument om te stellen dat alles noodzakelijk gebeurt, en wel het argument vanuit het oorzakelijkheidsbeginsel. Dit (argument) begint, met te stellen dat alles een oorzaak heeft. Weliswaar is de oorzaak van een gebeurtenis soms onbekend (bijvoorbeeld wanneer iemand plotseling ziek wordt), maar het zou absurd zijn om te veronderstellen dat er helemaal geen oorzaak voor de gebeurtenis is. Als alles dus een oorzaak heeft, is alles ook bepaald door zijn oorzaken. (Zou een gebeurtenis immers niet bepaald zijn door zijn oorzaken, dan zou de gebeurtenis niet veroorzaakt zijn en dus geen oorzaken hebben, terwijl we net gezegd hebben dat dat wel het geval was.) Als een gebeurtenis echter bepaald is, dan gebeurt deze ook noodzakelijk. Het idee dat alle gebeurtenissen noodzakelijk door hun oorzaken bepaald zijn, heet determinisme.
Het idee van noodzakelijkheid speelt uiteraard een belangrijke rol in de ethiek van de Sto´cijnen. Een goed leven is een leven in overeenstemming met de natuur. Men moet inzien dat alles wat gebeurt noodzakelijk gebeurt in overeenstemming met de rationele Logos, en dus goed is. Ook omdat men noodzakelijke gebeurtenissen toch niet kan veranderen, dient men zich Ĺneer te leggenĺ bij de gebeurtenissen. Of beter gezegd: men moet zich niet door de gebeurtenissen van streek laten brengen. Dit kan alleen, als men geen waarde hecht aan allerlei externe goederen, omdat die immers door het lot zomaar Ĺafgenomenĺ (een woord dat de Sto´cijnen niet zouden gebruiken) kunnen worden. Zaken als rijkdom, gezondheid en eer zijn volkomen onbelangrijk. Het enige wat telt, is de eigen mentaliteit. De eigen mentaliteit bepaalt immers, hoe men op bepaalde gebeurtenissen reageert. Dit is ook het enige waar men zelf greep op heeft (dus niet door het lot bepaald wordt).

u ontstaat er echter een probleem. De Sto´cijnse ethiek verlangt dat we op een bepaalde manier reageren op de gebeurtenissen om ons heen - maar zijn die gebeurtenissen niet de oorzaken van onze reactie? Als alles immers bepaald is door oorzaken, is ook het gedrag van mensen bepaald. Maar als ons gedrag bepaald is, hoe kunnen we dan ooit verantwoordelijk zijn voor ons gedrag? Verantwoordelijkheid impliceert dat we een vrije (dus niet van tevoren bepaalde) keuze gemaakt hebben, en dat we ook anders hadden kunnen handelen. Het lijkt er dus op, dat het binnen het Sto´cijnse wereldbeeld niet mogelijk is, mensen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Als alle handelingen van mensen bovendien noodzakelijk in overeenstemming met de Logos gebeuren, dan zijn ook alle handelingen goed. Het wordt onmogelijk om nog te spreken over goed en kwaad. Hoe kan men zonder de begrippen goed en kwaad en verantwoordelijkheid nog het bestaan van wetten en van een rechtssysteem rechtvaardigen?

Al in de periode van de Oude Stoa kwam Chrysippus met een oplossing. Volgens hem gebeurde alles weliswaar volgens het noodlot, maar niet alles gebeurde met noodzakelijkheid. Oftewel: alles heeft een oorzaak, maar niet alles gebeurt noodzakelijk. Dit lijkt strijdig met datgene wat we bij de behandeling van het oorzakelijkheidsbeginsel gezegd hebben. Chrysippus maakt hier echter een onderscheid tussen verschillende oorzaken, en zijn begrip van noodzakelijkheid heeft slechts betrekking op een soort oorzaak. Chrysippus onderscheidt twee soorten oorzaken: volledige of primaire oorzaken, en directe oorzaken. Directe oorzaken zijn onder andere de gebeurtenissen die iemand overkomen en de prikkels uit zijn omgeving; het zijn de indrukken van buiten die iemand aandrijven tot een bepaalde handeling. De volledige of primaire oorzaken zijn juist intern: het zijn de kwaliteiten en de mentaliteit van de persoon. Chrysippus vergelijkt dit met een cilinder, die aan het rollen wordt gebracht door een steen (directe oorzaak), maar blijft rollen door zijn eigen ronde vorm (volledige oorzaak). Zo wordt ook een mens tot een bepaalde handeling aangezet door een oorzaak van buiten, maar is die handeling alleen mogelijk als hij er zelf mee instemt. Dit instemmen is een interne handeling van de geest, en wordt alleen bepaald door de mentaliteit van de betreffende persoon. Omdat de mens zelf meedoet met zijn handelingen is hij er ook verantwoordelijk voor.
Nu wordt ook duidelijk wat Chrysippus bedoelt, als hij zegt dat niet alles met noodzakelijkheid gebeurt: onze handelingen zijn niet (uitsluitend) bepaald door oorzaken die buiten ons liggen.

Op Chrysippus' oplossing valt nog wel kritiek te leveren. Ten eerste is er het probleem: hoe moet zijn stelling, dat alles volgens het noodlot gebeurt, nu opgevat worden? Weliswaar is de mens onderdeel van de natuur en vallen zogenaamde interne oorzaken dus ook onder het noodlot, maar het begrip noodlot impliceert toch ook noodzakelijkheid (en dan noodzakelijkheid die betrekking heeft op dezelfde oorzaken als het noodlot, dus op alles!). Als de mens werkelijk vrij is in zijn keuzes, zijn zijn handelingen niet bepaald en gebeurt dus niet alles volgens het noodlot. In dat geval zou Chrysippus het hele Sto´cijnse wereldbeeld verwerpen, en dat is niet erg consistent. Veronderstellen we daarentegen dat handelingen volledig bepaald zijn door iemands mentaliteit (en in die zin dus niet vrij), dan moet een mens op een of andere manier verantwoordelijk zijn voor die mentaliteit (want als dat niet zo is, hebben we het hele idee van verantwoordelijkheid alsnog aan de kant gezet). Dat veronderstelt echter, dat iemand zijn mentaliteit zelf kan veranderen. Maar hoe kan dat als al zijn handelingen al (door die mentaliteit) bepaald zijn?

We kunnen het Chrysippus echter moeilijk kwalijk nemen dat hij bovenstaande problemen niet opgelost heeft. Uitgaande van onze definitie van keuzevrijheid (een keuze is vrij als men ook anders had kunnen kiezen, dus als de uitkomst niet van tevoren bepaald was) is het namelijk nog niemand gelukt het probleem van wilsvrijheid en oorzakelijkheid naar tevredenheid op te lossen.