de
en
een
van
in
ze
zijn
is
was
maar
je
er
aan
naar
voor
om
zei
of
nog
zij
zo
mijn
nu
wel
al
geen
zou
weer
zal
meer
mij
we
waar
gaan
man
me
weg
veel
zag
na
wil
zien
mee
af
men
jaar
wij
jij
wie
zoon
ga
gaf
nam
ja
mag
vol
zeer
lag
naam
viel